Betekenis van:
rut

rut
Zelfstandig naamwoord
  • snede die een zaag in hout enz. maakt
  • a settled and monotonous routine that is hard to escape
"they fell into a conversational rut"

Synoniemen

Hyperoniemen

rut
Zelfstandig naamwoord
  • gezaagde messnede
  • a settled and monotonous routine that is hard to escape
"they fell into a conversational rut"

Synoniemen

Hyperoniemen

rut
Zelfstandig naamwoord
  • gewoonte
  • a groove or furrow (especially one in soft earth caused by wheels)

Hyperoniemen

rut
Zelfstandig naamwoord
  • loopsheid
  • applies to nonhuman mammals: a state or period of heightened sexual arousal and activity

Synoniemen

Hyperoniemen

rut
Zelfstandig naamwoord
  • bronst, paardrift
  • applies to nonhuman mammals: a state or period of heightened sexual arousal and activity

Synoniemen

Hyperoniemen

to rut
Werkwoord
  • met een schaaf werken
  • hollow out in the form of a furrow or groove

Synoniemen

Hyperoniemen

to rut
Werkwoord
    • be in a state of sexual excitement; of male mammals

    Hyperoniemen