Betekenis van:
heat
to heat
Werkwoord
- gain heat or get hot
"The room heated up quickly"
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
heat
Zelfstandig naamwoord
- overdreven, fanatieke voorliefde, gewoonte
- the trait of being intensely emotional
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
heat
Zelfstandig naamwoord
- grote warmte
- the presence of heat
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
heat
Zelfstandig naamwoord
- verwarmingsinstallatie
- utility to warm a building
"the heating system wasn't working"
"they have radiant heating"
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
heat
Zelfstandig naamwoord
- afvalrace, afvalwedstrijd
- utility to warm a building
"the heating system wasn't working"
"they have radiant heating"
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
heat
Zelfstandig naamwoord
- verwarming
- utility to warm a building
"the heating system wasn't working"
"they have radiant heating"
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
heat
Zelfstandig naamwoord
- seriewedstrijd
- the presence of heat
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
heat
Zelfstandig naamwoord
- klassementsproef
- the presence of heat
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
heat
Zelfstandig naamwoord
- a preliminary race in which the winner advances to a more important race
Hyperoniemen
heat
Zelfstandig naamwoord
- ranstijd
- the presence of heat
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
heat
Zelfstandig naamwoord
- a form of energy that is transferred by a difference in temperature
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
heat
Zelfstandig naamwoord
- gloeien, schijnen
- the presence of heat
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
heat
Zelfstandig naamwoord
- loopsheid
- applies to nonhuman mammals: a state or period of heightened sexual arousal and activity
Synoniemen
Hyperoniemen
heat
Zelfstandig naamwoord
- bronst, paardrift
- applies to nonhuman mammals: a state or period of heightened sexual arousal and activity
Synoniemen
Hyperoniemen
Voorbeeldzinnen
- Heat expands most things.
- The heat is overwhelming.
- Please heat the water.
- The heat has relaxed.
- I like the heat.
- Heat it up.
- The heat is intense.
- The heat withered the flowers.
- My dog is on heat.
- He couldn't bear the heat.
- Could you heat this dish?
- I can't stand the heat.
- The heat told on him.
- I couldn't stand the heat.
- I couldn't sleep because of the heat.