Betekenis van:
crisp

crisp
Bijvoeglijk naamwoord
  • doodkalm
  • brief and to the point; effectively cut short
"a crisp retort"

Synoniemen

Hyperoniemen

crisp
Bijvoeglijk naamwoord
    • pleasantly cold and invigorating
    "crisp clear nights and frosty mornings"

    Synoniemen

    crisp
    Bijvoeglijk naamwoord
      • pleasingly firm and fresh
      "crisp lettuce"
      crisp
      Bijvoeglijk naamwoord
        • (of something seen or heard) clearly defined
        "the crisp snap of dry leaves underfoot"

        Synoniemen

        crisp
        Bijvoeglijk naamwoord
          • tender and brittle
          "crisp potato chips"

          Synoniemen

          crisp
          Bijvoeglijk naamwoord
          • gekroesd
          • (of hair) in small tight curls

          Synoniemen

          Hyperoniemen

          to crisp
          Werkwoord
          • roosteren
          • make brown and crisp by heating
          "crisp potatoes"

          Synoniemen

          Hyperoniemen

          to crisp
          Werkwoord
          • verkreuken, kreukelen, kreuken, verkreukelen
          • make wrinkles or creases on a smooth surface; make a pressed, folded or wrinkled line in

          Synoniemen

          Hyperoniemen

          Hyponiemen

          to crisp
          Werkwoord
          • plooien, rimpelen, fronsen
          • make wrinkles or creases on a smooth surface; make a pressed, folded or wrinkled line in

          Synoniemen

          Hyperoniemen

          Hyponiemen

          to crisp
          Werkwoord
          • rimpelen
          • make wrinkles or creases on a smooth surface; make a pressed, folded or wrinkled line in

          Synoniemen

          Hyperoniemen

          Hyponiemen

          to crisp
          Werkwoord
          • rimpelen, plooien
          • make wrinkles or creases on a smooth surface; make a pressed, folded or wrinkled line in

          Synoniemen

          Hyperoniemen

          Hyponiemen

          crisp
          Zelfstandig naamwoord
          • frietje, patatje
          • a thin crisp slice of potato fried in deep fat

          Synoniemen

          Hyperoniemen