Betekenis van:
crisp

crisp
Bijvoeglijk naamwoord
gekroesd
(of hair) in small tight curls

Synoniemen

Hyperoniemen

crisp
Bijvoeglijk naamwoord
pleasantly cold and invigorating

Synoniemen

crisp
Bijvoeglijk naamwoord
pleasingly firm and fresh
crisp
Bijvoeglijk naamwoord
doodkalm
brief and to the point; effectively cut short

Synoniemen

Hyperoniemen

crisp
Bijvoeglijk naamwoord
(of something seen or heard) clearly defined

Synoniemen

crisp
Bijvoeglijk naamwoord
tender and brittle

Synoniemen

to crisp
Werkwoord
roosteren
make brown and crisp by heating

Synoniemen

Hyperoniemen

to crisp
Werkwoord
verkreuken, kreukelen, kreuken, verkreukelen
make wrinkles or creases on a smooth surface; make a pressed, folded or wrinkled line in

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to crisp
Werkwoord
plooien, rimpelen, fronsen
make wrinkles or creases on a smooth surface; make a pressed, folded or wrinkled line in

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to crisp
Werkwoord
rimpelen, plooien
make wrinkles or creases on a smooth surface; make a pressed, folded or wrinkled line in

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to crisp
Werkwoord
rimpelen
make wrinkles or creases on a smooth surface; make a pressed, folded or wrinkled line in

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

crisp
Zelfstandig naamwoord
frietje, patatje
a thin crisp slice of potato fried in deep fat

Synoniemen

Hyperoniemen