Betekenis van:
scar

scar
Zelfstandig naamwoord
  • schram, met de nagels toegebracht; verwonding door een klauw
  • an indication of damage

Synoniemen

Hyperoniemen

scar
Zelfstandig naamwoord
  • stigma
  • an indication of damage

Synoniemen

Hyperoniemen

scar
Zelfstandig naamwoord
  • litteken
  • a mark left (usually on the skin) by the healing of injured tissue

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

scar
Zelfstandig naamwoord
  • toevalstreffer, gelukstreffer
  • an indication of damage

Synoniemen

Hyperoniemen

scar
Zelfstandig naamwoord
  • litteken
  • a mark left (usually on the skin) by the healing of injured tissue

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to scar
Werkwoord
    • mark with a scar
    "The skin disease scarred his face permanently"

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen