Betekenis van:
singular

singular
Bijvoeglijk naamwoord
  • exceptioneel; uitzonderlijk
  • being a single and separate person or thing
"can the singular person be understood apart from his culture?"
"every fact in the world might be singular...unlike any other fact and sole of its kind"

Hyperoniemen

singular
Bijvoeglijk naamwoord
    • the single one of its kind
    "a singular example"

    Synoniemen

    singular
    Bijvoeglijk naamwoord
      • beyond or deviating from the usual or expected
      "singular behavior"

      Synoniemen

      singular
      Bijvoeglijk naamwoord
        • unusual or striking
        "such poise is singular in one so young"

        Synoniemen

        singular
        Bijvoeglijk naamwoord
          • grammatical number category referring to a single item or unit
          singular
          Bijvoeglijk naamwoord
            • composed of one member, set, or kind
            singular
            Zelfstandig naamwoord
            • bepaalde vorm v.e. woord; enkelvoud
            • the form of a word that is used to denote a singleton

            Synoniemen

            Hyperoniemen

            singular
            Zelfstandig naamwoord
            • simplex
            • the form of a word that is used to denote a singleton

            Synoniemen

            Hyperoniemen