Betekenis van:
sticky

sticky
Bijvoeglijk naamwoord
  • onhandig
  • hard to deal with; especially causing pain or embarrassment
"a sticky question"

Synoniemen

Hyperoniemen

sticky
Bijvoeglijk naamwoord
  • benauwd; met weinig frisse lucht
  • hot or warm and humid
"sticky weather"

Synoniemen

sticky
Bijvoeglijk naamwoord
  • benauwend
  • hot or warm and humid
"sticky weather"

Synoniemen

Hyperoniemen

sticky
Bijvoeglijk naamwoord
  • vochtig warm
  • hot or warm and humid
"sticky weather"

Synoniemen

Hyperoniemen

sticky
Bijvoeglijk naamwoord
  • kleverig; plakkerig
  • having the sticky properties of an adhesive

Synoniemen

Hyperoniemen

sticky
Bijvoeglijk naamwoord
    • moist as with undried perspiration and with clothing sticking to the body
    "felt sticky and chilly at the same time"
    sticky
    Bijvoeglijk naamwoord
    • wasemig
    • hot or warm and humid
    "sticky weather"

    Synoniemen

    sticky
    Bijvoeglijk naamwoord
      • covered with an adhesive material
      sticky
      Bijvoeglijk naamwoord
      • lijmachtig, glutineus, lijmerig, lijmig
      • having the sticky properties of an adhesive

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      sticky
      Bijvoeglijk naamwoord
      • gomachtig
      • having the sticky properties of an adhesive

      Synoniemen

      sticky
      Bijvoeglijk naamwoord
      • plakkerig
      • having the sticky properties of an adhesive

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      sticky
      Bijvoeglijk naamwoord
      • gomhoudend
      • having the sticky properties of an adhesive

      Synoniemen

      sticky
      Bijvoeglijk naamwoord
      • kleffig, klefferig
      • having the sticky properties of an adhesive

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      sticky
      Bijvoeglijk naamwoord
      • klitterig
      • having the sticky properties of an adhesive

      Synoniemen

      Hyperoniemen