Betekenis van:
teasing

teasing
Bijvoeglijk naamwoord
  • ongemakkelijk
  • causing irritation or annoyance
"a teasing and persistent thought annoyed him"

Synoniemen

Hyperoniemen

teasing
Bijvoeglijk naamwoord
  • slecht; noodlottig
  • causing irritation or annoyance
"a teasing and persistent thought annoyed him"

Synoniemen

Hyperoniemen

teasing
Bijvoeglijk naamwoord
  • irritant
  • causing irritation or annoyance
"a teasing and persistent thought annoyed him"

Synoniemen

Hyperoniemen

teasing
Bijvoeglijk naamwoord
  • ergerlijk
  • causing irritation or annoyance
"a teasing and persistent thought annoyed him"

Synoniemen

Hyperoniemen

teasing
Bijvoeglijk naamwoord
  • geneigd te plagen; geneigd tot plagen
  • causing irritation or annoyance
"a teasing and persistent thought annoyed him"

Synoniemen

Hyperoniemen

teasing
Bijvoeglijk naamwoord
  • treiterig; tot pesten geneigd
  • causing irritation or annoyance
"a teasing and persistent thought annoyed him"

Synoniemen

Hyperoniemen

teasing
Bijvoeglijk naamwoord
    • arousing sexual desire without intending to satisfy it
    "her lazy teasing smile"
    teasing
    Bijvoeglijk naamwoord
      • playfully vexing (especially by ridicule)

      Synoniemen

      teasing
      Zelfstandig naamwoord
        • playful vexation
        "the parody was just a form of teasing"

        Hyperoniemen

        teasing
        Zelfstandig naamwoord
          • the act of removing tangles from you hair with a comb

          Synoniemen

          Hyperoniemen

          teasing
          Zelfstandig naamwoord
            • the act of harassing someone playfully or maliciously (especially by ridicule); provoking someone with persistent annoyances

            Synoniemen

            Hyperoniemen

            Werkwoord