Betekenis van:
tonic

tonic
Zelfstandig naamwoord
  • limonade waaraan koolzuur is toegevoegd
  • a sweet drink containing carbonated water and flavoring
"in New England they call sodas tonics"

Synoniemen

Hyperoniemen

tonic
Zelfstandig naamwoord
  • oppeppend middel
  • a medicine that strengthens and invigorates

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

tonic
Zelfstandig naamwoord
  • koolzuurhoudende drank
  • a medicine that strengthens and invigorates

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

tonic
Zelfstandig naamwoord
  • tonic
  • a medicine that strengthens and invigorates

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

tonic
Zelfstandig naamwoord
    • (music) the first note of a diatonic scale

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    tonic
    Zelfstandig naamwoord
      • lime- or lemon-flavored carbonated water containing quinine

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      tonic
      Zelfstandig naamwoord
      • levenselixer
      • a medicine that strengthens and invigorates

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      Hyponiemen

      tonic
      Bijvoeglijk naamwoord
        • relating to or being the keynote of a major or minor scale
        "tonic harmony"
        tonic
        Bijvoeglijk naamwoord
          • of or relating to or producing normal tone or tonus in muscles or tissue
          "a tonic reflex"
          "tonic muscle contraction"
          tonic
          Bijvoeglijk naamwoord
            • used of syllables
            "a tonic syllables carries the main stress in a word"

            Synoniemen

            tonic
            Bijvoeglijk naamwoord
              • employing variations in pitch to distinguish meanings of otherwise similar words

              Synoniemen

              tonic
              Bijvoeglijk naamwoord
                • imparting vitality and energy

                Synoniemen