Betekenis van:
fresh

fresh
Bijvoeglijk naamwoord
ververst
original and of a kind not seen before

Synoniemen

fresh
Bijvoeglijk naamwoord
zeevers
not yet used or soiled

Synoniemen

Hyperoniemen

fresh
Bijvoeglijk naamwoord
pas ontstaan
improperly forward or bold

Synoniemen

Hyperoniemen

fresh
Bijvoeglijk naamwoord
ongegist
not soured or preserved

Synoniemen

fresh
Bijvoeglijk naamwoord
origineel, recent; origineel; oorspronkelijk; veel alcohol bevattend
original and of a kind not seen before

Synoniemen

fresh
Bijvoeglijk naamwoord
having recently calved and therefore able to give milk
fresh
Bijvoeglijk naamwoord
(of a cycle) beginning or occurring again
fresh
Bijvoeglijk naamwoord
with restored energy

Synoniemen

fresh
Bijvoeglijk naamwoord
elegant
improperly forward or bold

Synoniemen

Hyperoniemen

fresh
Bijvoeglijk naamwoord
niet oud of bedorven
recently made, produced, or harvested
fresh
Bijvoeglijk naamwoord
recent, laatst, vers, jong, nieuw
original and of a kind not seen before

Synoniemen

fresh
Bijvoeglijk naamwoord
not containing or composed of salt water

Synoniemen

fresh
Bijvoeglijk naamwoord
not canned or otherwise preserved
fresh
Bijvoeglijk naamwoord
imparting vitality and energy

Synoniemen

fresh
Bijvoeglijk naamwoord
free from impurities

Synoniemen

fresh
Bijwoord
very recently

Synoniemen