Betekenis van:
clean

to clean
Werkwoord
(van dieren) een in de keel ratelend, dof geluid maken
remove unwanted substances from

Synoniemen

Hyperoniemen

to clean
Werkwoord
reinigen
remove while making clean

Hyperoniemen

to clean
Werkwoord
clean and tidy up the house

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to clean
Werkwoord
clean one's body or parts thereof, as by washing

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to clean
Werkwoord
remove all contents or possession from, or empty completely

Synoniemen

Hyperoniemen

to clean
Werkwoord
deprive wholly of money in a gambling game, robbery, etc.

Hyperoniemen

to clean
Werkwoord
in orde brengen, netjes maken
make clean by removing dirt, filth, or unwanted substances from

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to clean
Werkwoord
be cleanable

Hyperoniemen

to clean
Werkwoord
remove unwanted substances from, such as feathers or pits

Synoniemen

Hyperoniemen

to clean
Werkwoord
spoelend reinigen
make clean by removing dirt, filth, or unwanted substances from

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to clean
Werkwoord
rein houden
remove shells or husks from

Hyperoniemen

to clean
Werkwoord
(iets) ontdoen van vuil of niet meer gewenste bestanddelen
make clean by removing dirt, filth, or unwanted substances from

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

clean
Bijvoeglijk naamwoord
(of a manuscript) having few alterations or corrections

Synoniemen

clean
Bijvoeglijk naamwoord
not carrying concealed weapons
clean
Bijvoeglijk naamwoord
thorough and without qualification
clean
Bijvoeglijk naamwoord
(van moppen) niet schuin, ondubbelzinnig
free from clumsiness; precisely or deftly executed

Synoniemen

Hyperoniemen

clean
Bijvoeglijk naamwoord
vrij van drugs; clean
free of drugs

Hyperoniemen

clean
Bijvoeglijk naamwoord
eerlijk; fair
exhibiting or calling for sportsmanship or fair play

Synoniemen

clean
Bijvoeglijk naamwoord
free from sepsis or infection

Synoniemen

clean
Bijvoeglijk naamwoord
morally pure

Synoniemen

clean
Bijvoeglijk naamwoord
without difficulties or problems
clean
Bijvoeglijk naamwoord
(of behavior or especially language) free from objectionable elements; fit for all observers

Synoniemen

clean
Bijvoeglijk naamwoord
not spreading pollution or contamination; especially radioactive contamination

Synoniemen

clean
Bijvoeglijk naamwoord
ritually clean or pure
clean
Bijvoeglijk naamwoord
(of a record) having no marks of discredit or offense
clean
Bijvoeglijk naamwoord
free of restrictions or qualifications

Synoniemen

clean
Bijvoeglijk naamwoord
(of sound or color) free from anything that dulls or dims

Synoniemen

clean
Bijvoeglijk naamwoord
vrij van vuil of ongerechtigheden
free from dirt or impurities; or having clean habits
clean
Bijvoeglijk naamwoord
free from impurities

Synoniemen

clean
Bijvoeglijk naamwoord
(of a surface) not written or printed on

Synoniemen

clean
Bijwoord
in conformity with the rules or laws and without fraud or cheating

Synoniemen

clean
Bijwoord
completely; used as intensifiers

Synoniemen

clean
Zelfstandig naamwoord
a weightlift in which the barbell is lifted to shoulder height and then jerked overhead

Synoniemen

Hyperoniemen