Betekenis van:
empty

empty
Bijvoeglijk naamwoord
  • niet dronken
  • needing nourishment
"after skipped lunch the men were empty by suppertime"
"empty-bellied children"

Synoniemen

Hyperoniemen

empty
Bijvoeglijk naamwoord
  • niets bevattend, zonder inhoud, last, opschrift enz.
  • holding or containing nothing
"an empty glass"
"an empty room"
empty
Bijvoeglijk naamwoord
    • devoid of significance or point
    "empty promises"

    Synoniemen

    empty
    Bijvoeglijk naamwoord
      • emptied of emotion
      "after the violent argument he felt empty"
      to empty
      Werkwoord
      • (brievenbus) legen
      • make void or empty of contents

      Hyperoniemen

      Hyponiemen

      to empty
      Werkwoord
      • ledigen; leegmaken; ledigen
      • make void or empty of contents

      Hyperoniemen

      Hyponiemen

      to empty
      Werkwoord
      • door schenken leegmaken
      • remove

      Hyperoniemen

      Hyponiemen

      to empty
      Werkwoord
      • opdrinken, opzuipen
      • make void or empty of contents

      Hyperoniemen

      Hyponiemen

      to empty
      Werkwoord
      • uitpompen
      • make void or empty of contents

      Hyperoniemen

      Hyponiemen

      to empty
      Werkwoord
      • opgieten, opschenken
      • remove

      Hyperoniemen

      Hyponiemen

      to empty
      Werkwoord
      • leegstorten
      • remove

      Hyperoniemen

      Hyponiemen

      to empty
      Werkwoord
        • excrete or discharge from the body

        Synoniemen

        Hyperoniemen

        Hyponiemen

        to empty
        Werkwoord
        • leeglopen
        • become empty or void of its content

        Synoniemen

        Hyperoniemen

        Hyponiemen

        to empty
        Werkwoord
          • leave behind empty; move out of

          Synoniemen

          Hyperoniemen

          empty
          Zelfstandig naamwoord
            • a container that has been emptied

            Hyperoniemen