Betekenis van:
gut

gut
Zelfstandig naamwoord
  • onderdeel v.h. voedselverwerkingtraject
  • the part of the alimentary canal between the stomach and the anus

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

gut
Zelfstandig naamwoord
  • gedeelte v.h. spijsverteringskanaal
  • the part of the alimentary canal between the stomach and the anus

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

gut
Zelfstandig naamwoord
    • a narrow channel or strait

    Hyperoniemen

    gut
    Zelfstandig naamwoord
    • kattedarm, kattendarm
    • a strong cord made from the intestines of sheep and used in surgery

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    gut
    Zelfstandig naamwoord
    • darmsnaar
    • a strong cord made from the intestines of sheep and used in surgery

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    gut
    Zelfstandig naamwoord
    • borduurgaas
    • a strong cord made from the intestines of sheep and used in surgery

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    gut
    Zelfstandig naamwoord
    • vissersgaren
    • a strong cord made from the intestines of sheep and used in surgery

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    to gut
    Werkwoord
    • kaken
    • remove the guts of
    "gut the sheep"

    Hyperoniemen

    to gut
    Werkwoord
    • lubben
    • remove the guts of
    "gut the sheep"

    Hyperoniemen

    to gut
    Werkwoord
    • ontweien
    • remove the guts of
    "gut the sheep"

    Hyperoniemen

    to gut
    Werkwoord
      • empty completely; destroy the inside of

      Hyperoniemen