Betekenis van:
fair

fair
Bijvoeglijk naamwoord
  • niet dubbel; niet samengesteld
  • free from favoritism or self-interest or bias or deception; conforming with established standards or rules
"a fair referee"
"fair deal"

Synoniemen

fair
Bijvoeglijk naamwoord
  • vrij van alles wat er niet aan, bij of in hoort
  • free from favoritism or self-interest or bias or deception; conforming with established standards or rules
"a fair referee"
"fair deal"

Synoniemen

fair
Bijvoeglijk naamwoord
  • billijk; rechtvaardig
  • free from favoritism or self-interest or bias or deception; conforming with established standards or rules
"a fair referee"
"fair deal"

Synoniemen

fair
Bijvoeglijk naamwoord
  • rechtvaardig
  • very pleasing to the eye
"young fair maidens"

Synoniemen

Hyperoniemen

fair
Bijvoeglijk naamwoord
  • zo dat het siert
  • very pleasing to the eye
"young fair maidens"

Synoniemen

Hyperoniemen

fair
Bijvoeglijk naamwoord
  • slecht; van slechte kwaliteit; minderwaardig; niet erg goed
  • lacking exceptional quality or ability
"only a fair performance of the sonata"
"in fair health"

Synoniemen

fair
Bijvoeglijk naamwoord
    • not excessive or extreme
    "a fairish income"

    Synoniemen

    fair
    Bijvoeglijk naamwoord
      • attractively feminine
      "the fair sex"
      fair
      Bijvoeglijk naamwoord
        • gained or earned without cheating or stealing
        "an fair penny"

        Synoniemen

        fair
        Bijvoeglijk naamwoord
        • welverdiend
        • free from favoritism or self-interest or bias or deception; conforming with established standards or rules
        "a fair referee"
        "fair deal"

        Synoniemen

        Hyperoniemen

        fair
        Bijvoeglijk naamwoord
          • (used of hair or skin) pale or light-colored
          "a fair complexion"

          Synoniemen

          fair
          Bijvoeglijk naamwoord
            • free of clouds or rain
            "today will be fair and warm"
            fair
            Bijvoeglijk naamwoord
              • (of a baseball) hit between the foul lines
              "he hit a fair ball over the third base bag"
              fair
              Bijvoeglijk naamwoord
                • (of a manuscript) having few alterations or corrections
                "fair copy"

                Synoniemen

                fair
                Zelfstandig naamwoord
                • tentoonstelling van handelaars
                • gathering of producers to promote business
                "world fair"
                "trade fair"

                Hyperoniemen

                Hyponiemen

                fair
                Zelfstandig naamwoord
                • winkelfeest
                • a traveling show; having sideshows and rides and games of skill etc.

                Synoniemen

                Hyperoniemen

                fair
                Zelfstandig naamwoord
                • (Oosterse) overdekte markt
                • a sale of miscellany; often for charity

                Synoniemen

                Hyperoniemen

                Hyponiemen

                fair
                Zelfstandig naamwoord
                • jaarlijkse markt
                • a sale of miscellany; often for charity

                Synoniemen

                Hyperoniemen

                Hyponiemen

                fair
                Zelfstandig naamwoord
                • jaarlijkse grote handelsbeurs
                • a traveling show; having sideshows and rides and games of skill etc.

                Synoniemen

                Hyperoniemen

                fair
                Zelfstandig naamwoord
                • liefdadigheidsbazaar; fancyfair
                • a sale of miscellany; often for charity

                Synoniemen

                Hyperoniemen

                Hyponiemen

                fair
                Zelfstandig naamwoord
                  • a competitive exhibition of farm products
                  "she won a blue ribbon for her baking at the county fair"

                  Hyperoniemen

                  fair
                  Zelfstandig naamwoord
                  • kermis, foor
                  • a traveling show; having sideshows and rides and games of skill etc.

                  Synoniemen

                  Hyperoniemen

                  fair
                  Zelfstandig naamwoord
                  • pasar
                  • a sale of miscellany; often for charity

                  Synoniemen

                  Hyperoniemen

                  Hyponiemen

                  fair
                  Bijwoord
                    • without favoring one party, in a fair evenhanded manner
                    "deal fairly with one another"

                    Synoniemen

                    fair
                    Bijwoord
                      • in conformity with the rules or laws and without fraud or cheating
                      "they played fairly"

                      Synoniemen

                      to fair
                      Werkwoord
                        • join so that the external surfaces blend smoothly

                        Hyperoniemen