Betekenis van:
honest

honest
Bijvoeglijk naamwoord
  • oprecht; openhartig; eerlijk; oprecht; trouw van hart; welgemeend
  • marked by truth
"gave honest answers"
"honest reporting"
honest
Bijvoeglijk naamwoord
    • not disposed to cheat or defraud; not deceptive or fraudulent
    "honest lawyers"
    "honest reporting"

    Synoniemen

    honest
    Bijvoeglijk naamwoord
      • without pretensions
      "worked at an honest trade"
      "good honest food"
      honest
      Bijvoeglijk naamwoord
        • without dissimulation; frank
        "my honest opinion"
        honest
        Bijvoeglijk naamwoord
          • gained or earned without cheating or stealing
          "an honest wage"

          Synoniemen

          honest
          Bijvoeglijk naamwoord
            • worthy of being depended on
            "an honest working stiff"

            Synoniemen

            honest
            Bijvoeglijk naamwoord
              • not forged

              Synoniemen