Betekenis van:
true

true
Bijvoeglijk naamwoord
  • werkelijkheidsgetrouw; met een hoog waarheidsgehalte; naar waarheid
  • consistent with fact or reality; not false
"the story is true"
"it is undesirable to believe a proposition when there is no ground whatever for supposing it true"
true
Bijvoeglijk naamwoord
  • in overeenstemming met de waarheid of de werkelijkheid
  • consistent with fact or reality; not false
"the story is true"
"it is undesirable to believe a proposition when there is no ground whatever for supposing it true"
true
Bijvoeglijk naamwoord
  • echt; bij uitnemendheid; authentiek
  • not pretended; sincerely felt or expressed
"true grief"

Synoniemen

true
Bijvoeglijk naamwoord
  • loyaal; trouw; trouw
  • accurately placed or thrown
"his aim was true"

Synoniemen

Hyperoniemen

true
Bijvoeglijk naamwoord
    • determined with reference to the earth's axis rather than the magnetic poles
    "true north is geographic north"
    true
    Bijvoeglijk naamwoord
      • devoted (sometimes fanatically) to a cause or concept or truth
      "true believers bonded together against all who disagreed with them"
      true
      Bijvoeglijk naamwoord
        • rightly so called
        "true courage"
        "a spirit which true men have always admired"
        true
        Bijvoeglijk naamwoord
          • expressing or given to expressing the truth
          "a true statement"

          Synoniemen

          true
          Bijvoeglijk naamwoord
            • conforming to definitive criteria
            "the horseshoe crab is not a true crab"
            "Pythagoras was the first true mathematician"
            true
            Bijvoeglijk naamwoord
              • worthy of being depended on
              "he was true to his word"
              "I would be true for there are those who trust me"

              Synoniemen

              true
              Bijvoeglijk naamwoord
                • accurately fitted; level
                "the window frame isn't quite true"

                Synoniemen

                true
                Bijvoeglijk naamwoord
                  • having a legally established claim
                  "the true and lawful king"

                  Synoniemen

                  true
                  Bijvoeglijk naamwoord
                    • in tune; accurate in pitch
                    "a true note"

                    Synoniemen

                    true
                    Bijvoeglijk naamwoord
                    • trouw
                    • accurately placed or thrown
                    "his aim was true"

                    Synoniemen

                    Hyperoniemen

                    to true
                    Werkwoord
                      • make level, square, balanced, or concentric
                      "true up the cylinder of an engine"

                      Synoniemen

                      Hyperoniemen

                      true
                      Zelfstandig naamwoord
                        • proper alignment; the property possessed by something that is in correct or proper alignment
                        "out of true"

                        Hyperoniemen

                        true
                        Bijwoord
                          • as acknowledged
                          "true, she is the smartest in her class"

                          Synoniemen