Betekenis van:
triple

triple
Bijvoeglijk naamwoord
  • driedelig
  • having three units or components or elements
"overcrowding made triple sessions necessary"
"triple time has three beats per measure"

Synoniemen

triple
Bijvoeglijk naamwoord
    • three times as great or many
    "a claim for treble (or triple) damages"

    Synoniemen

    triple
    Bijvoeglijk naamwoord
    • driemalig
    • having three units or components or elements
    "overcrowding made triple sessions necessary"
    "triple time has three beats per measure"

    Synoniemen

    triple
    Bijvoeglijk naamwoord
    • triplex
    • having three units or components or elements
    "overcrowding made triple sessions necessary"
    "triple time has three beats per measure"

    Synoniemen

    triple
    Zelfstandig naamwoord
    • aantal van drie
    • a set of three similar things considered as a unit

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    triple
    Zelfstandig naamwoord
    • weddenschap op paardenrace; gokspel bij de paardenrennen, welke paarden als eerste, tweede en derde zullen eindigen
    • a base hit at which the batter stops safely at third base

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    triple
    Zelfstandig naamwoord
      • a quantity that is three times as great as another

      Hyperoniemen

      triple
      Zelfstandig naamwoord
      • triool
      • a set of three similar things considered as a unit

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      Hyponiemen

      to triple
      Werkwoord
        • hit a three-base hit

        Hyperoniemen

        to triple
        Werkwoord
        • verdrievoudigen
        • increase threefold

        Synoniemen

        Hyperoniemen