Betekenis van:
truss

truss
Zelfstandig naamwoord
a framework of beams (rafters, posts, struts) forming a rigid structure that supports a roof or bridge or other structure

Hyperoniemen

truss
Zelfstandig naamwoord
(medicine) a bandage consisting of a pad and belt; worn to hold a hernia in place by pressure

Hyperoniemen

truss
Zelfstandig naamwoord
vooruitspringende steen in een muur om iets te dragen
(architecture) a triangular bracket of brick or stone (usually of slight extent)

Synoniemen

Hyperoniemen

to truss
Werkwoord
tie the wings and legs of a bird before cooking it

Hyperoniemen

to truss
Werkwoord
support structurally

Hyperoniemen

to truss
Werkwoord
secure with or as if with ropes

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen