Betekenis van:
tunnel

tunnel
Zelfstandig naamwoord
  • kunstmatig aangelegde, kokervormige gang onder iets door
  • a passageway through or under something, usually underground (especially one for trains or cars)
"the tunnel reduced congestion at that intersection"

Hyperoniemen

Hyponiemen

tunnel
Zelfstandig naamwoord
  • het hol van een das, vos of bever
  • a hole made by an animal, usually for shelter

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

tunnel
Zelfstandig naamwoord
  • hol
  • a hole made by an animal, usually for shelter

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to tunnel
Werkwoord
  • een pad maken
  • force a way through

Hyperoniemen

to tunnel
Werkwoord
    • move through by or as by digging

    Synoniemen

    Hyperoniemen