Betekenis van:
unfit

unfit
Bijvoeglijk naamwoord
  • niet geschikt
  • not in good physical or mental condition; out of condition
"fat and very unfit"
"certified as unfit for army service"
unfit
Bijvoeglijk naamwoord
  • niet fris of zuiver meer
  • physically unsound or diseased

Synoniemen

unfit
Bijvoeglijk naamwoord
    • below the required standards for a purpose
    "an unfit parent"
    "unfit for human consumption"
    unfit
    Bijvoeglijk naamwoord
    • galsterig, garstig
    • physically unsound or diseased

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    to unfit
    Werkwoord
      • make unfit or unsuitable

      Synoniemen

      Hyperoniemen