Betekenis van:
warming

warming
Zelfstandig naamwoord
  • installatie bedoeld om te verwarmen
  • the process of becoming warmer; a rising temperature

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

warming
Zelfstandig naamwoord
  • het heet maken/worden
  • the process of becoming warmer; a rising temperature

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

warming
Zelfstandig naamwoord
  • het broeien
  • the process of becoming warmer; a rising temperature

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

warming
Zelfstandig naamwoord
  • het intreden en aanhouden van een temperatuur boven het vriespunt, nadat het gevroren heeft
  • warm weather following a freeze; snow and ice melt

Synoniemen

Hyperoniemen

warming
Zelfstandig naamwoord
  • dooiweer
  • warm weather following a freeze; snow and ice melt

Synoniemen

Hyperoniemen

warming
Bijvoeglijk naamwoord
    • imparting heat
    "a warming fire"
    warming
    Bijvoeglijk naamwoord
      • producing the sensation of heat when applied to the body

      Synoniemen

      Werkwoord


      Voorbeeldzinnen

      1. You've started warming up.
      2. Tom is just warming up.
      3. The room is warming up.
      4. Al Gore is a global-warming activist.
      5. The heater is warming up the room.
      6. I'm worried about the global warming trend.
      7. I am just warming up now.
      8. These gases can lead to global warming.
      9. Tom is warming himself by the fire.
      10. I am only warming up now.
      11. I don't pretend to understand global warming.
      12. I am warming myself by the fireplace.
      13. Global warming can cause serious problems for wild animals, too.
      14. Due to global warming, cities could be completely submerged.
      15. It's heart-warming to see that happy old couple.