Betekenis van:
wear out

to wear out
Werkwoord
  • zijn volle werking, effect hebben
  • deteriorate through use or stress

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to wear out
Werkwoord
  • door dragen of gebruiken doen slijten
  • deteriorate through use or stress

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to wear out
Werkwoord
  • door lopen verslijten
  • deteriorate through use or stress

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to wear out
Werkwoord
  • door voortdurende wrijving of voortdurend gebruik minder worden in massa, sterkte of bruikbaarheid
  • exhaust or get tired through overuse or great strain or stress

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to wear out
Werkwoord
  • afmatten
  • exhaust or get tired through overuse or great strain or stress

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to wear out
Werkwoord
  • doen slijten
  • exhaust or get tired through overuse or great strain or stress

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to wear out
Werkwoord
  • door lopen slijten en daardoor minder goed sluiten
  • go to pieces

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to wear out
Werkwoord
  • afdragen, opdragen
  • deteriorate through use or stress

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to wear out
Werkwoord
  • breken, sneuvelen
  • go to pieces

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to wear out
Werkwoord
  • afpeigeren, afsloven, afbeulen
  • exhaust or get tired through overuse or great strain or stress

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to wear out
Werkwoord
  • afslijten
  • exhaust or get tired through overuse or great strain or stress

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to wear out
Werkwoord
  • slijten
  • exhaust or get tired through overuse or great strain or stress

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to wear out
Werkwoord
  • afslijten
  • exhaust or get tired through overuse or great strain or stress

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

Werkwoord