Betekenis van:
aal

aal (de ~ | meervoud alen)
Zelfstandig naamwoord
  • slangachtige zoetwatervis
"zo glad als een aal"
"gerookte/gestoofde aal"

Hyperoniemen

aal
Zelfstandig naamwoord
  • mestvocht
aal
Zelfstandig naamwoord
  • - licht bier
aal
Zelfstandig naamwoord
  • paling
aal
Zelfstandig naamwoord
  • kleine en jonge paling
aal
Zelfstandig naamwoord
  • aalmoezenier
aal
Zelfstandig naamwoord
  • vloeibare mest; vloeibare mest; vloeibare mest van vee

Synoniemen

Hyperoniemen

aal
Zelfstandig naamwoord
  • geestelijke werkzaam in leger; r.k. pastor voor militairen en gevangenen

Synoniemen

Hyperoniemen

aal
Spreekwoord
  • zo glad als een aal: slim
aal
Spreekwoord
  • een gladde aal: een slimmerd
aal
Spreekwoord
  • te vangen als een aal bij zijn staart: zo dat men hem moeilijk te spreken krijgt, niet gemakkelijk vast te zetten
aal
Spreekwoord
  • aal is geen paling: er is verschil