Betekenis van:
gier

gier (de ~ | meervoud gieren)
Zelfstandig naamwoord
  • bepaalde roofvogel
"de grauwe/vale gier"

Hyperoniemen

gier (de ~)
Zelfstandig naamwoord
  • vloeibare mest; vloeibare mest; vloeibare mest van vee
"tot zijn nek in de gier zitten"
"gier lozen"

Synoniemen

Hyperoniemen

gier (de ~ | meervoud gieren)
Zelfstandig naamwoord
  • plotse zwaaibeweging
"een gier doen"
"een gier maken"

Hyperoniemen

gier
Zelfstandig naamwoord
  • een grote aasetende roofvogel met een kale kop en machtige vleugels
"Gieren hebben mooie vleugels."
gier
Zelfstandig naamwoord
  • mestvocht.

Werkwoord