Betekenis van:
gieren

gieren
Werkwoord
  • snel verstrijken
"de wind giert over de weidse vlakte"
"de auto gierde door de bocht"

Hyperoniemen

gieren
Werkwoord
  • een fluitend geluid maken, door een harde wind
"Buiten giert de wind door de takken."
gieren
Werkwoord
  • hard lachen
"Hij giert van het lachen."
gieren
Werkwoord
  • heel snel rond gaan
"Ik voelde de adrenaline door mijn lichaam gieren."
gieren
Werkwoord
  • zeer uitbundig lachen
"het is om te gieren als hij in zijn gruwelijke Gentse accent moppen begint te vertellen"
"gieren van het lachen"

Synoniemen

Hyperoniemen

gieren
Werkwoord
  • mest uitrijden

Hyperoniemen

gieren
Werkwoord
  • een draaiende beweging rond de verticale as maken
gier (de ~ | meervoud gieren)
Zelfstandig naamwoord
  • bepaalde roofvogel
"de grauwe/vale gier"

Hyperoniemen

gier (de ~ | meervoud gieren)
Zelfstandig naamwoord
  • plotse zwaaibeweging
"een gier doen"
"een gier maken"

Hyperoniemen

Werkwoord