Betekenis van:
aanknopen

aanknopen
Werkwoord
  • beginnen met gesprek, relatie etc.
"aanknopen met"
"een gesprek aanknopen"

Hyperoniemen

aanknopen
Werkwoord
  • aanknopen bij
"bij woorden aanknopen"
"bij een traditie aanknopen"

Synoniemen

Hyperoniemen

aanknopen
Werkwoord
  • vastknopen
aanknopen
Werkwoord
  • beginnen

Voorbeeldzinnen

  1. Hij kan gesprekken aanknopen en deze op gang houden, zelfs als hij met onverwachte omstandigheden wordt geconfronteerd.
  2. ERKENNENDE de wederzijdse voordelen die voortvloeien uit het aanknopen van nauwere banden tussen de wetenschappelijke gemeenschappen van de partijen die werkzaam zijn op het gebied van beheerste kernfusie;
  3. Volgens de huidige regels moet de maatstaf van heffing van de tol derhalve aanknopen bij de respectieve lengte van de tunnel in beide staten.
  4. Aanknopen van een dialoog met de internationale gemeenschap, de instellingen van Kosovo en de plaatselijke belanghebbenden over hun standpunten en overwegingen met betrekking tot operationele aangelegenheden in verband met toekomstige regelingen.
  5. RR schrijft ook het volgende: „[…] het aanknopen van relaties met onafhankelijke, strategische langetermijnpartners met wie risico’s kunnen worden gedeeld, die ontwerpvaardigheden alsook hulpbronnen ter beschikking stellen, is een logische, niet-ongebruikelijke stap voor wederverkopers onder eigen merknaam (Original Equipment Manufacturer of OEM) die gasturbines ontwerpen en produceren.”.