Betekenis van:
inspringen

inspringen
Werkwoord
  • zich voorbereiden op training of wedstrijd door enkele sprongen
"Je moet eerst 5 minuten inspringen voordat je goed warm bent."

Hyperoniemen

inspringen
Werkwoord
  • met een sprong zich in iets begeven
"Hij is het water ingesprongen."
inspringen
Werkwoord
  • iem. vervangen
"inspringen voor iemand"
"inspringen als rechter"

Synoniemen

Hyperoniemen

inspringen
Werkwoord
  • aanknopen bij
"inspringen op de ontwikkelingen"

Synoniemen

Hyperoniemen

inspringen
Werkwoord
  • een wat grotere kantlijn onbeschreven laten
inspringen
Werkwoord
  • een opengevallen plaats innemen om hulp te bieden
inspringen
Bijvoeglijk naamwoord
  • zich ten opzichte van iets anders meer naar binnen uitstrekken
"De muur springt in."

Synoniemen

Hyperoniemen


Voorbeeldzinnen

  1. Het inspringen van een gegevensgroep geeft aan dat de gegevensgroep afhangt van een gegevensgroep van een hoger niveau.
  2. Bladzijde 64, bijlage V, deel I: de laatste twee alinea's moeten zodanig inspringen dat zij worden gelezen als de tweede en derde alinea van punt 6; in punt 6, derde alinea, eerste zin: