Betekenis van:
aankondigen

aankondigen
Werkwoord
  • voorspellen.
"Vermoeidheid kan een hartaanval aankondigen."
aankondigen
Werkwoord
  • bekendmaken.
"Feitelijk gezien zal de voorzitter dan bij aanvang van de vergadering het extra agendapunt aankondigen."
aankondigen
Werkwoord
  • officieel bekendmaken
"het voorjaar aankondigen"
"de landing aankondigen"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen


Voorbeeldzinnen

  1. HSBC onderstreept dat de mondelinge steun van een meerderheidsaandeelhouder eveneens gebruikelijk en rationeel is en dat het normaal en courant is dat hoofdaandeelhouders hun besluit vooraf aan de overige aandeelhouders aankondigen.
  2. De Commissie stelt overigens vast dat deze diensten qua regelmaat, aantal verbindingen en scheepstype niet equivalent zijn aan de diensten die door de openbare onderneming worden aangeboden en dat de particuliere exploitanten het recht hebben zich aan hun verplichtingen te onttrekken indien ze dit 45 dagen vooraf aankondigen.
  3. Als echter één of meer luchtvaartmaatschappijen binnen de gestelde termijn met de exploitatie zijn gestart, kan een lidstaat geen andere luchtvaartmaatschappijen van deze verbinding uitsluiten wanneer die op enige datum na het verstrijken van deze termijn aankondigen dat ze de route willen exploiteren.
  4. Aangezien bepaalde risico’s die verbonden zijn aan de in artikel 1, leden 3 en 4, vastgelegde maxima zich hebben gerealiseerd wat betreft het tekort en de schuld, moet Griekenland, in het verslag dat op 16 maart 2010 zal worden uitgebracht, maatregelen aankondigen in aanvulling op de maatregelen van artikel 2, deel A, teneinde te garanderen dat de begrotingsdoelstelling van 2010 wordt gehaald.