Betekenis van:
achter

achter
  • Dat wat het verst weg is van de voorzijde.
achter
  • Aan de achterzijde van het genoemde (in letterlijke of figuurlijke zin).
achter
  • Op zoek naar.
achter
  • In of naar een inferieure positie.
achter
  • In een positie achter een specifiek vaartuig of vliegtuig.
achter
  • Volgend op iemand of iets.

Werkwoord


Voorbeeldzinnen

  1. Het uurwerk loopt achter.
  2. De klok loopt achter.
  3. Niemand komt er achter.
  4. Sluit de deur achter je.
  5. Enkele studenten waren achter gelaten.
  6. Sluit de deur achter je.
  7. Hij stond achter de stoel.
  8. Sluit de deur achter je.
  9. De klok loopt tien minuten achter.
  10. Mary loopt een jaar achter op school.
  11. Tom verstopte zich achter het gordijn.
  12. Een hond rende achter een kat aan.
  13. Kom, we verstoppen ons achter het gordijn.
  14. Hij verborg zich achter de deur.
  15. De stal is net achter de boerderij.