Betekenis van:
afloop

afloop (de ~)
Zelfstandig naamwoord
  • einde; het voorbijgaan
"na afloop (van de vergadering)"
"een tragische afloop"

Synoniemen

Hyperoniemen

afloop
Zelfstandig naamwoord
  • einde.
"Gelukkig had het verhaal een goede afloop."
afloop
Zelfstandig naamwoord
  • expiratie
"de afloop van een contract"
afloop
Zelfstandig naamwoord
  • resultaat, uitkomst
afloop
Zelfstandig naamwoord
  • ontknoping
afloop
Zelfstandig naamwoord
  • wijze waarop iets afloopt

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen