Betekenis van:
nederlaag

nederlaag (de ~ | meervoud nederlagen)
Zelfstandig naamwoord
  • verloren strijd; nederlaag
"een nederlaag lijden"
"iemand een nederlaag toebrengen"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

nederlaag
Zelfstandig naamwoord
  • het verlies van een strijd
"In de Tweede Wereldoorlog leed Hitler een groot aantal nederlagen."

Voorbeeldzinnen

  1. Hij beschuldigde mij van zijn nederlaag.
  2. Onder de Arabische benaming „chebli” (geit) werd deze kaas geproduceerd door moslims die zich na de nederlaag van 732 samen op een heuvel dicht bij Poitiers hadden gevestigd.