Betekenis van:
afwas

afwas (de ~)
Zelfstandig naamwoord
  • te wassen servies etc.; af te wassen vaatwerk
"de afwas doen"
"een afwas van drie dagen"

Synoniemen

Hyperoniemen

afwas
Zelfstandig naamwoord
  • het afwassen, het af te wassene