Betekenis van:
ananas

ananas (de ~ | meervoud ananassen)
Zelfstandig naamwoord
  • eetbare vrucht van die plant
"ananas uit/in blik"
"verse ananas"

Hyperoniemen

ananas
Zelfstandig naamwoord
  • ''Ananas sativus'', een vrucht van de ananasplant
"In de groentewinkel worden sinds kort ook ananassen verkocht."
ananas
Zelfstandig naamwoord
  • ''Ananas sativus'', een vrucht van de ananasplant
"In de groentewinkel worden sinds kort ook ananassen verkocht."
ananas (de ~ | meervoud ananassen)
Zelfstandig naamwoord
  • tropische plant

Hyperoniemen

ananas
Zelfstandig naamwoord
  • een uit Zuid-Amerika afkomstige plant van de soort ''Ananas sativus''
ananas
Zelfstandig naamwoord
  • een uit Zuid-Amerika afkomstige plant van de soort ''Ananas sativus''