Betekenis van:
baby

baby (de ~ | meervoud baby's)
Zelfstandig naamwoord
  • pasgeboren kind; baby; jong kind; jong kind dat nog gezoogd wordt
"een baby van [vier maanden]"
"een te vroeg geboren baby"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

baby
Zelfstandig naamwoord
  • een mens in de eerste fase van zijn leven
baby
Zelfstandig naamwoord
  • een klein voorwerp, klein zoals een baby in relatie toe een volwassene, baby-
baby
Zelfstandig naamwoord
  • een mens in de eerste fase van zijn leven
baby
Zelfstandig naamwoord
  • een klein voorwerp, klein zoals een baby in relatie toe een volwassene, baby-

Voorbeeldzinnen

  1. Die baby is Tom.
  2. De baby kruipt.
  3. Bekijk de slapende baby.
  4. Is de baby wakker geworden?
  5. Mijn baby heeft een erfelijke ziekte.
  6. De baby zag er precies zo uit als haar moeder.
  7. De enige overlevende van de crash was een baby.
  8. Ik speelde met de baby op mijn knie.
  9. Ze was bang de baby wakker te maken.
  10. Baby- en kinderverzorgingsartikelen
  11. in het Duits „Baby beef” (Verordnung (EG) Nr. 1968/2004)
  12. in het Hongaars „Baby beef” (1968/2004/EK rendelet)
  13. in het Grieks „Baby beef” (Κανονισμός (ΕΚ) αριθ.
  14. in het Tsjechisch „Baby beef” (Nařízení (ES) č.
  15. „Toepassing van de tariefcontingenten voor „baby-beef” en suiker”;