Betekenis van:
ballon

ballon (de ~ | meervoud ballons, ballonnen)
Zelfstandig naamwoord
  • feestartikel; opblaasbaar rubber zakje als versiering
"een ballonnetje oplaten"
"een ballon oplaten"

Synoniemen

Hyperoniemen

ballon (de ~ | meervoud ballons, ballonnen)
Zelfstandig naamwoord
  • bepaald voorbehoedsmiddel; voorbehoedmiddel; voorbehoedmiddel, rekbare huls van dun rubber of kunststof dat over het mannelijk geslachtsorgaan geschoven kan worden; (informeel) condoom
"een ballonnetje omdoen"

Synoniemen

Hyperoniemen

ballon
Zelfstandig naamwoord
  • een feestartikel bestaande uit een dun rubberen zakje dat met gas of lucht kan worden gevuld
ballon (de ~ | meervoud ballons, balonnen)
Zelfstandig naamwoord
  • luchtvaartuig d.m.v. een grote ballon; luchtvaartuig

Synoniemen

Hyperoniemen

ballon (de ~ | meervoud ballons, ballonnen)
Zelfstandig naamwoord
  • ballon met tekst in een stripverhaal

Synoniemen

Hyperoniemen


Voorbeeldzinnen

  1. Zij lieten een ballon op.
  2. De ballon daalde geleidelijk naarmate de lucht eruit kwam.
  3. Ballon, met bescherming
  4. Balken, gebundeld of samengevoegd GZ Ballon, met bescherming BP
  5. Loodoxide in de glazen ballon van Black Light Blue-lampen (BLB-lampen).
  6. speciaal ontworpen om te werken in de lucht (gemonteerd in een ballon of vliegtuigstructuur) en met Doppler-"signaalverwerking" voor het opsporen van bewegende doelen;
  7. Numeriek bestuurd apparaat voor het plooien van stents, bestaande uit een voetstuk, een pneumatisch aangedreven plooikop en een gemotoriseerd positioneringsmechanisme (V-blok), gebruikt bij de vervaardiging van medicinale stents om met behulp van radiale druk een stent om de ballon van een sonde heen te plooien [1]