Betekenis van:
banaan

banaan (de ~ | meervoud bananen)
Zelfstandig naamwoord
  • vrucht; banaan
"waarom zijn de bananen krom?"
"een banaan pellen"

Synoniemen

Hyperoniemen

banaan
Zelfstandig naamwoord
  • een vrucht van de bananenboom
"Eet u vaak bananen of houdt u meer van peren?"