Betekenis van:
bespelen

bespelen
Werkwoord
  • spelen op
"virtuoos de piano bespelen"

Hyperoniemen

bespelen
Werkwoord
  • muziek maken op een muziekinstrument
"Mijn oma bespeelt een piano."
bespelen
Werkwoord
  • tot iets aanzetten
"De nieuwe medewerker liet zich makkelijk bespelen."
bespelen
Werkwoord
  • trachten te beïnvloeden; beïnvloeden
"het publiek bespelen"
"de autoriteiten bespelen"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen