Betekenis van:
bouwnijverheid

bouwnijverheid (de ~)
Zelfstandig naamwoord
  • bouwbedrijven; bouwbedrijf; economische tak; geheel van bouwmensen; branche v.d. bouwnijverheid
"in de bouwnijverheid"

Synoniemen

Hyperoniemen


Voorbeeldzinnen

  1. Bouwnijverheid
  2. F Bouwnijverheid
  3. Mortel (bouwnijverheid)
  4. waarvan: bouwnijverheid
  5. Stangen (bouwnijverheid)
  6. Platen (bouwnijverheid)
  7. F (bouwnijverheid);
  8. Waarvan: bouwnijverheid
  9. Voorlopige jaarresultaten (bouwnijverheid)
  10. Meerjaarlijkse statistiek — Onderaanneming (bouwnijverheid)
  11. Omzet uit bouwnijverheid
  12. SECTIE F — BOUWNIJVERHEID
  13. Jaarstatistiek ondernemingen (bouwnijverheid)
  14. Meerjaarlijkse statistiek — Immateriële investeringen (bouwnijverheid)
  15. Bouwnijverheid: NACE-onderverdelingen 41, 42 en 43.