Betekenis van:
buitenlander

buitenlander (de ~ | meervoud buitenlanders)
Zelfstandig naamwoord
  • iemand uit het buitenland; buitenlander

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen


Voorbeeldzinnen

  1. Zijn uitspraak geeft aan dat hij een buitenlander is.
  2. De buitenlander sprak Japans alsof het haar moerstaal was.
  3. Dit betekent dat, behoudens wettelijke uitzonderingen, een buitenlander deze rechten kan waarnemen alsof hij in Canada aanwezig was.
  4. Behoudens uitzonderingen waarin deze wet voorziet, kan een buitenlander die in Canada aanwezig is, of een in Canada aanwezige persoon namens een niet in Canada aanwezige buitenlander, een ATIA-verzoek indienen voor gegevens die de buitenlander betreffen en toegang tot deze gegevens krijgen, behalve wanneer enkele specifieke en beperkte uitzonderingen en uitsluitingen in de betrokken wet van toepassing zijn.
  5. Het recht van een buitenlander om toegang te krijgen tot gegevens waarover een Canadees ministerie beschikt, wordt krachtens „Extension Order Number 1” van de „Access to Information Act” (ATIA) toegekend aan een ieder die in Canada aanwezig is.