Betekenis van:
vreemdeling

vreemdeling
Zelfstandig naamwoord
  • iemand die uit een ander gebied of land afkomstig is dan het onderhavige
"De vreemdeling verbleef in een asielzoekerscentrum."
vreemdeling (de ~ | meervoud vreemdelingen)
Zelfstandig naamwoord
  • iemand uit het buitenland; buitenlander
"hij is een vreemdeling in zijn eigen land"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

vreemdeling (de ~ | meervoud vreemdelingen)
Zelfstandig naamwoord
  • persoon die men niet kent of die niemand kent
"'t is een vreemdeling zeker, die verdwaald is zeker..."

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

vreemdeling (de ~ | meervoud vreemdelingen)
Zelfstandig naamwoord
  • niet-professionele beoefenaar; onbekende op bepaald terrein; amateur in sport of hobby
"hij is geen vreemdeling in deze tak van sport"

Synoniemen

Hyperoniemen


Voorbeeldzinnen

  1. Удостоверение за завръщане в Република България на чужденец — Verklaring inzake de terugkeer in de Republiek Bulgarije voor een vreemdeling.
  2. Verklaring van het Uitvoerend Comité van 18 april 1996 betreffende de definiëring van het begrip „vreemdeling” (SCH/Com-ex (96) decl. 5) [2];c) andere teksten:
  3. verklaring van het Uitvoerend Comité van 18 april 1996 betreffende de definiëring van het begrip „vreemdeling” (SCH/Com-ex (96) decl. 5);
  4. verklaring van het Uitvoerend Comité van 18 april 1996 betreffende de definiëring van het begrip „vreemdeling” (SCH/Com-ex (96) decl. 5);
  5. Verklaring van het Uitvoerend Comité van 18 april 1996 betreffende de definiëring van het begrip „vreemdeling” (SCH/Com-ex (96) decl. 5 herz.)
  6. Karta stałego pobytu (verblijfsvergunning, „XS” reeks, die voor 30 juni 2001 werd afgegeven, geldigheid tot tien jaar, afgegeven aan een vreemdeling die een verblijfsvergunning heeft ontvangen; de laatste kaart van deze uitgave verloopt op 29 juni 2011)