Betekenis van:
onbekende

onbekende (de ~ | meervoud onbekenden)
Zelfstandig naamwoord
  • persoon die men niet kent of die niemand kent
"de grote onbekende"
"dat is geen onbekende voor mij"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

onbekende (de ~ | meervoud onbekenden)
Zelfstandig naamwoord
  • variabele in de wiskunde

Hyperoniemen


Voorbeeldzinnen

  1. Met onbekende oorzaak
  2. Toen ik mijn ogen weer open deed, stond er ineens een onbekende dame voor mijn neus.
  3. Al het onbekende wordt als wonderbaar aanzien.
  4. 48 onbekende oorzaak (zoals bij inventarisatie kronen)
  5. Een ziekte met een onbekende etiologie in de anamnese.
  6. 38 boom met intacte kroon, onbekende doodsoorzaak (zoals bij inventarisatie kronen)
  7. De code „0”, voor „onbekende vinger”, wordt gebruikt voor elke vingerpositie van één tot tien.
  8. De code „20”, voor „onbekende handpalm”, wordt gebruikt voor elke opgenomen handpalmpositie.
  9. Onbekende hoeveelheden (byte 19-26) dienen als „—2” te worden geregistreerd.
  10. Onbekende hoeveelheden (byte 19-26) dienen als „-2” te worden geregistreerd.
  11. Italië ontkende dat de lijst kon worden toegeschreven aan de Rekenkamer: deze was uit het informatiesysteem van de Rekenkamer gehaald door een onbekende persoon.
  12. het tijdstip van verkoop en de hoogte van de koopprijs voor BAWAG-PSK waren twee onbekende factoren met een groot risico voor een marktgeoriënteerde garantiegever;
  13. Bij de activiteiten kan rekening worden gehouden met nog onbekende beveiligingsrisico's, onder meer bij rampen, en de beleidsbehoeften die naar aanleiding daarvan kunnen ontstaan.
  14. In algemene statistische zin heeft nauwkeurigheid betrekking op de mate waarin schattingen in de buurt van de onbekende werkelijke waarden van de variabelen liggen.
  15. Wanneer de spreker in onbekende of onverwachte omstandigheden niet over de nodige woordenschat beschikt, maakt hij vaak succesvol gebruik van parafrases.