Betekenis van:
onbekende
onbekende (de ~ | meervoud onbekenden)
Zelfstandig naamwoord
- persoon die men niet kent of die niemand kent
"de grote onbekende"
"dat is geen onbekende voor mij"
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
Voorbeeldzinnen
- Met onbekende oorzaak
- Toen ik mijn ogen weer open deed, stond er ineens een onbekende dame voor mijn neus.
- Al het onbekende wordt als wonderbaar aanzien.
- 48 onbekende oorzaak (zoals bij inventarisatie kronen)
- Een ziekte met een onbekende etiologie in de anamnese.
- 38 boom met intacte kroon, onbekende doodsoorzaak (zoals bij inventarisatie kronen)
- De code „0”, voor „onbekende vinger”, wordt gebruikt voor elke vingerpositie van één tot tien.
- De code „20”, voor „onbekende handpalm”, wordt gebruikt voor elke opgenomen handpalmpositie.
- Onbekende hoeveelheden (byte 19-26) dienen als „—2” te worden geregistreerd.
- Onbekende hoeveelheden (byte 19-26) dienen als „-2” te worden geregistreerd.
- Italië ontkende dat de lijst kon worden toegeschreven aan de Rekenkamer: deze was uit het informatiesysteem van de Rekenkamer gehaald door een onbekende persoon.
- het tijdstip van verkoop en de hoogte van de koopprijs voor BAWAG-PSK waren twee onbekende factoren met een groot risico voor een marktgeoriënteerde garantiegever;
- Bij de activiteiten kan rekening worden gehouden met nog onbekende beveiligingsrisico's, onder meer bij rampen, en de beleidsbehoeften die naar aanleiding daarvan kunnen ontstaan.
- In algemene statistische zin heeft nauwkeurigheid betrekking op de mate waarin schattingen in de buurt van de onbekende werkelijke waarden van de variabelen liggen.
- Wanneer de spreker in onbekende of onverwachte omstandigheden niet over de nodige woordenschat beschikt, maakt hij vaak succesvol gebruik van parafrases.