Betekenis van:
cash
cash
Zelfstandig naamwoord
- contant geld
"Hij betaalde de ober met cash."
cash
Zelfstandig naamwoord
- betaling direct bij aankoop; contant
"cash geld"
"[duizend] gulden cash"
Synoniemen
Hyperoniemen
cash
Bijvoeglijk naamwoord
- contant.
"De drugsdealer werd met cash geld betaald."
Voorbeeldzinnen
- Wat is de cash-limiet voor deze kaart?
- Cash flow × 1000 EUR
- Cash-out machines (COM’s)
- Cash-in machines (CIM’s)
- Gecombineerde cash-in machines (CCM’s)
- Prognoses toekomstige discounted cash flow
- Vanaf 1998 ging KWW deel uitmaken van die „cash pool”.
- De voor de vorming van een cash pool toegekende garantie
- De Commissie beschouwt de Cash Range als overeenstemmend met een maatregel voor activaondersteuning.
- De derde tranche begint bij 14,8 miljard EUR („de Cash Range”).
- Van 1997 tot 2003 had de onderneming echter onvoldoende cash flow om deze investering te financieren.
- Bij de introductie van de „cash concentration” dient onder meer het volgende te worden aangetekend: […]*.
- Schulden van KWW werden onmiddellijk nadien uit de „cash concentration” betaald, hetgeen het bedrag in de „cash concentration” tot […]* EUR deed dalen, waardoor er zo’n […]* EUR als „vrije” kasmiddelen overbleef.
- Daarnaast zal zij aan de historische vervuilingskosten bijdragen via de „cash sweep” en haar andere bijdragen aan het NLF.
- „Cash handlers” means the institutions and economic agents referred to in Article 6(1) of Regulation (EC) No 1338/2001;