Betekenis van:
collega

collega (de ~ | meervoud collega's, collegae)
Zelfstandig naamwoord
  • ambtgenoot
"goedemorgen, collega's"
"zij werkte prettig samen met haar nieuwe collega"

Hyperoniemen

collega
Zelfstandig naamwoord
  • een persoon die voor hetzelfde bedrijf werkt.
"Samen met mij werden er nog zes andere collega's ontslagen."
collega
Zelfstandig naamwoord
  • een vak- of ambtgenoot.
"Wetenschappers feliciteerden hun collega met zijn uitvinding."
collega
Zelfstandig naamwoord
  • iemand waar je mee samenwerkt

Synoniemen

collega
Zelfstandig naamwoord
  • werkkracht, functionaris

Synoniemen

Hyperoniemen