Betekenis van:
continu
continu
Bijvoeglijk naamwoord
- doorlopend; ononderbroken; ononderbroken; onafgebroken; niet onderbroken
"continu doorgaan/draaien/werken"
"een continue stroom ((van) vluchtelingen)"
Synoniemen
Hyperoniemen
continu
Bijvoeglijk naamwoord
- voortdurend, zonder onderbreking
Voorbeeldzinnen
- Continu
- Continu vissysteem
- Niet-continu
- Continu inzetbaar.
- Bij continu remmen
- continu geëxciteerde "lasers" met:
- Type: continu of aan/uit3.4.5.3.2.
- Vaartuig voor de korvisserij (continu)
- Type: continu of aan/uit2.4.3.2.
- Type: continu of aan/uit4.4.3.2.
- Continu inzetbaar gedurende 7 dagen.
- Type: continu of aan/uit3.2.4.3.2.
- Continu werkende transportinrichtingen voor goederen, andere
- Handgeschakeld/automatisch/continu variabele transmissie: (2) (3)
- Demonstratie van niet-continu kantelgedrag door berekening