Betekenis van:
non-stop

non-stop
Bijvoeglijk naamwoord
  • doorlopend; ononderbroken; ononderbroken; onafgebroken; niet onderbroken
"een non-stop voorstelling"
"een non-stop vlucht"

Synoniemen

Hyperoniemen

Werkwoord


Voorbeeldzinnen

  1. non-stop reisopties in volgorde van vertrektijd;