Betekenis van:
coïtus

coïtus
Zelfstandig naamwoord
  • geslachtsgemeenschap
"In Nederland is het illegaal om coïtus te hebben met minderjarigen."
coïtus (de ~)
Zelfstandig naamwoord
  • paringsdaad; geslachtsgemeenschap; omgang met iemand; het paren; geslachtsgemeenschap; seks; coïtus; geslachtsgemeenschap; paring
"coïtus anticipatus"
"coïtus interruptus"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen


Voorbeeldzinnen

  1. Voor konijnen is dag 0 meestal de dag van de coïtus of kunstmatige inseminatie als deze techniek wordt gebruikt.