Betekenis van:
crash

crash (de ~ | meervoud crashes)
Zelfstandig naamwoord
  • groot verkeersongeval
"zware crash"
"een fatale crash"

Hyperoniemen

crash (de ~ | meervoud crashes)
Zelfstandig naamwoord
  • ineenstorting van een handelshuis of bank, die een crisis veroorzaakt
"de crash van Wallstreet"

Synoniemen

Hyperoniemen

crash
Zelfstandig naamwoord
  • een ernstig verkeersongeluk
crash
Zelfstandig naamwoord
  • een ineenstorting van de aandelenmarkt op de beurs
crash
Zelfstandig naamwoord
  • het onbruikbaar worden van een computer, besturingssysteem of applicatie

Werkwoord


Voorbeeldzinnen

  1. De enige overlevende van de crash was een baby.