Betekenis van:
dip
dip
Zelfstandig naamwoord
- /: dipsaus
"Geef je me de dip even?"
dip
Zelfstandig naamwoord
- tijdelijke, slechtere emotionele staat
"Hij zit in een dip."
dip
Zelfstandig naamwoord
- geestelijke of lichamelijke instorting