Betekenis van:
dito

dito
Bijvoeglijk naamwoord
  • eender, hetzelfde
"Hij had een blauwe hoed en een dito jasje aan."
dito
Bijvoeglijk naamwoord
  • eveneens
"De toneelspelers werden kleddernat door de plotselinge regenbui en de toeschouwers dito."
dito
Zelfstandig naamwoord
  • een bevestiging in alle bijzonderheden
"Hij kon zijn dito daarover niet uitspreken."
dito
Zelfstandig naamwoord
  • geheel met elkaar overeenstemmend
"een groen hemd met dito broek"
"idem dito"

Synoniemen

Hyperoniemen

dito
Bijwoord
  • eveneens
"De toneelspelers werden kleddernat door de plotselinge regenbui en de toeschouwers dito."

Voorbeeldzinnen

  1. Resultaatgericht management en dito opleiding voor ambtenaren invoeren.
  2.  een voor het milieu gunstige extensivering van de landbouw en een dito beheer van niet erg intensieve graslandsystemen, verbetering en herstructurering van de productie;
  3. Andere planten: Snij met een schoon, ontsmet mes of dito snoeischaar een stuk van 1 cm van het onderste deel van de stengel af, vlak boven het bodemniveau.
  4. Snijd met een schoon, ontsmet mes of dito snoeischaar een stuk van 1 à 2 cm van het onderste deel van de stengel af, vlak boven het bodemniveau.
  5. Typische voorbeelden zijn: methodes voor de berekening van fabricage- en distributiekosten, productiegeheimen (d.w.z. een geheim, commercieel waardevol plan of een dito formule, proces of apparaat, gebruikt voor de vervaardiging, bereiding, samenstelling of verwerking van handelsartikelen waarvan kan worden gezegd dat ze het eindproduct zijn van ofwel innovatie, ofwel een aanzienlijke inspanning), procédés, bevoorradingsbronnen, geproduceerde en verkochte hoeveelheden, marktaandelen, klanten- en distributeurslijsten, marketingplans, kostenstructuur, verkooppolitiek, alsmede informatie over de interne organisatie van de onderneming.