Betekenis van:
eigenaar

eigenaar (de ~ | meervoud eigenaars, eigenaren)
Zelfstandig naamwoord
  • iemand die iets bezit; iemand met bezit; bezitter
"de kersverse eigenaar"
"de nieuwe eigenaar"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

eigenaar
Zelfstandig naamwoord
  • iemand wiens bezit iets is