Betekenis van:
engel

engel (de ~ | meervoud engelen)
Zelfstandig naamwoord
  • overledene in de hemel
"je zus is nu een engeltje"

Hyperoniemen

Hyponiemen

engel
Zelfstandig naamwoord
  • een hemels wezen
"Dat is vast voorkomen door een engel."
engel
Zelfstandig naamwoord
  • iemand die iets aardigs doet
"Je bent een engel als je het afval aan de straat zet."
engel
Zelfstandig naamwoord
  • een hemels wezen
"Dat is vast voorkomen door een engel."
engel
Zelfstandig naamwoord
  • iemand die iets aardigs doet
"Je bent een engel als je het afval aan de straat zet."
engel (de ~ | meervoud engelen)
Zelfstandig naamwoord
  • lief kind of lieve vrouw
"een engel met een b ervoor"
"dan ben je een engel"

Synoniemen

Hyperoniemen

engel (de ~ | meervoud engelen)
Zelfstandig naamwoord
  • onstoffelijke hemelgeest, voorgesteld als menselijke figuur met vleugels
"van een engel een duivel maken"
"een engel der wrake"

Synoniemen

Hyperoniemen